
Wet studiefinanciering 2000
Artikel 8.1 Uitbetaling en verrekening
1
Met betrekking tot de uitbetaling van de studiefinanciering en de verrekening van het toegekende bedrag aan studiefinanciering met de aan de IB-Groep verschuldigde onderwijsbijdrage, worden bij algemene maatregel van bestuur regelen gesteld.
2
Indien een toegekend bedrag aan studiefinanciering 12 maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de desbetreffende beschikking is gegeven, niet kan worden uitbetaald als gevolg van nalatigheid van degene aan wie die beschikking is gericht, wordt het toegekende bedrag aan studiefinanciering verlaagd met het niet uitbetaalde bedrag.
3
De studerende kan bij de IB-Groep een aanvraag indienen een lager maandbedrag aan lening aan hem uit te betalen dan het maandbedrag aan lening dat aan hem is toegekend of hem een bedrag van 0,00 toe te kennen. De in de vorige volzin bedoelde aanvraag kan geen betrekking hebben op een periode die gelegen is voor de datum van indiening van de aanvraag. Door zijn aanvraag doet de studerende afstand van zijn recht om het bedrag van de verlaging van de lening alsnog te lenen. Indien aan de studerende een bedrag van 0,00 wordt toegekend, geldt hij voor de periode waarop die toekenning betrekking heeft, als studiefinancieringsgenietende.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.